Beleidsplan Werkgroep Erediensten

0. Inleidende samenvatting

In deze inleidende samenvatting is op een toegankelijke manier aangegeven wat het beleid erediensten inhoudt en welke kant we met elkaar op gaan. In grote stappen is beschreven wat de belangrijkste veranderingen zullen zijn.

Eredienst als kern van de gemeente

In het profiel van de gemeente staat dat "in de (zondagse) erediensten de kern van de gemeente wordt bevestigd". Dat klopt ook: in en rond de erediensten ontmoeten we elkaar en vieren we dat we een gemeente van God zijn.


Veelkleurigheid als kenmerk

In deze beleidsnotitie is aangegeven hoe wij de erediensten met elkaar willen vieren. Voor een veelkleurige gemeente als wij zijn, is het dan balanceren tussen de vele wensen en behoeften. We verschillen qua geloofsachtergrond, maatschappijvisie, geografische betrokkenheid, leeftijd en ga zo maar door. En toch horen we bij elkaar en willen we samen vieren. Dat vraagt aandacht en zorgvuldigheid. Erediensten moeten aansluiten op die veelkleurigheid. Dat worden dus veelkleurige vieringen.

Eén beleid erediensten is samen vieren

Deze notitie is de eerste over erediensten sinds de fusie tot PKN-gemeente Angerlo-Doesburg. We kiezen hiermee voor één
beleid erediensten. Dat is ook kiezen voor elkaar ontmoeten in en rond gezamenlijke zondagse vieringen. Nu eens in de Galluskerk, dan weer in de Martinikerk. Dat vraagt gewenning en daarom kiezen we voor een overgangsperiode.

Veelkleurige vieringen

Veelkleurige vieringen zijn vieringen, waarin en waaromheen meer gebeurt dan in een 'gewone' eredienst. Werkgroepen en gemeenteleden hebben een actieve bijdrage aan deze diensten. Zo maken we zichtbaar voor elkaar wat er allemaal gebeurt in en vanuit onze eigen gemeente. Maar ook na de dienst alle ruimte om zittend een kopje koffie te drinken, een praatje te maken en presentaties van anderen te bekijken. Veelkleurige vieringen zijn er nu al, maar straks elke maand: zoveel mogelijk op de eerste zondag van elke maand, maar soms ook gewoon op de kerkelijke feestdagen.

Een toegankelijke eredienst

In de opbouw van de liturgie vinden we houvast; dat moeten we zo houden. Maar de invulling van de verschillende onderdelen kan wel wat vrijer en gevarieerder. Er komt wat meer interactie in de dienst en we gaan meer gebruik maken van andere vormen, zoals audiovisuele presentaties, een gedanst gebed, een gezongen lezing, een tafelviering met beelden, een solo gezongen lied. De erediensten worden zo gevarieerder en aantrekkelijk voor een ieder. Verder proberen we in de gebruikte teksten, in gebed, preek en lied meer aan te sluiten op het dagelijks taalgebruik. We willen ook begríjpen wat we met elkaar delen.


Muziek door en voor velen

Ook in muziek en zang is er een breed scala aan wensen. Om daaraan tegemoet te komen is het nodig het aanbod te verbreden. Naast het Liedboek gebruiken we evengoed bundels als Tussentijds, Zingend geloven of de Evangelische liedbundel. We zijn gewend dat het kerkorgel de zang begeleidt. Ook hierin komt meer variatie. Samenzang met een piano, een muziekgroep of een band als begeleiding gaat ook gebeuren.

Het laten horen van muziek in de kerk is niet alleen het domein van professionele kerkmusici. We hebben in onze gemeente ook getalenteerde mensen, van jong tot oud. Vaker dan nu kunnen we genieten van elkaars talenten. Bij de muziek in onze kerkgebouwen zijn zo meer musici betrokken. Er is één coördinerend kerkmusicus die de inzet van deze (amateur) musici begeleidt. Ook is er één cantoraatsbeleid: vanuit deze groep zangers kan in elke dienst zorg gedragen worden voor passende begeleiding in de dienst.

Gebruik twee waardevolle kerkgebouwen

We beschikken over twee waardevolle en karakteristieke kerkgebouwen. Ieder gebouw heeft zijn specifieke kwaliteiten. We gaan deze zo optimaal mogelijk gebruiken voor de erediensten. Het organiseren van 'dubbele' diensten, twee vergelijkbare diensten op eenzelfde uur in de beide kerkgebouwen, bouwen we af. Maar de komende jaren moet oog gehouden worden voor een evenredige verdeling over de beide kerkgebouwen, zodat voorlopig met een bepaalde regelmaat in beide kerken de eredienst is. We werken echter toe naar de situatie dat vanaf 2014 voor elke eredienst het meest geschikte kerkgebouw benut wordt.

We kiezen er dus voor om afhankelijk van het type dienst te bepalen in welk kerkgebouw deze eredienst het beste kan worden gehouden; en dus niet voor een vooraf afgesproken verdeling tussen beide gebouwen.
Predikanten, kerkmusici, ambtsdragers, lectoren, etc. leveren bijdragen aan de eredienst, dat is dus de eredienst in de Galluskerk of de Martinikerk.
De eredienst wordt voorbereid door de 'driehoek': predikant, kerkmusicus en ouderling van dienst. Deze laatste krijgt een coördinerende functie, ook richting bijvoorbeeld gastpredikanten.

Jaarprogramma erediensten

Vanaf 1 september 2012 komt er een integraal jaarprogramma, met daarin aangegeven het type dienst, het tijdstip, het kerkgebouw, de predikant en de kerkmusicus. Dit jaarprogramma komt in de plaats van de huidige twee preekroosters. In 2012 is er een overgangsperiode, waarin deze omslag vorm gaat krijgen.


Werkgroep erediensten als 'veilige haven'

Tenslotte, de Werkgroep erediensten is een nieuwe groep. Het eerste jaar is gebruikt om een specifieke taak uit te voeren: het formuleren van beleid. Straks wordt de Werkgroep een 'gewone' werkgroep, waar overleg gevoerd wordt over alles wat in en rond erediensten gebeurt. We verwachten dat de groep een plek wordt voor velen die bij de erediensten een rol hebben. Vanuit die gezamenlijke betrokkenheid organiseren wij erediensten voor een veelkleurige gemeente.
1. Inleiding
De kerkenraad heeft in februari 2010 een nieuwe missie voor de PKN Angerlo - Doesburg vastgesteld. Deze missie is neergelegd in het visiedocument “Geschreven in Zijn hand, gegrift in de wereld”. Aan alle werkgroepen is de opdracht gegeven de visie te vertalen naar het eigen aandachtgebied (gemeentebreed). De opdracht wordt door de werkgroepen verder uitgewerkt. Met deze Beleidsnotitie Erediensten geeft de werkgroep Erediensten daaraan invulling.

In het nieuwe profiel van de gemeente staat: "in de (zondagse) vieringen (...) wordt de kern van de gemeente bevestigd". Deze zinsnede geeft aan dat het beleid Erediensten de kern raakt van onze gemeente. Het geeft gewicht aan het beleid, maar bevestigt ook dat de vorming van dit beleid zorgvuldig en met draagvlak binnen de gemeente moet gebeuren.

Opbouw beleidsnotitie

Deze beleidsnotitie is opgesteld vanuit deze visie. Het geeft de basis voor de uitwerking in vier thema's.

De hoofdstukken zijn steeds opgebouwd volgens de volgende structuur:


1. Inleiding
2. Doelstellingen:
wat willen we bereiken?
3. Activiteiten:

wat doen we daar nu al voor?
4. Vernieuwing en ontwikkeling:

wat gaan we anders doen, wat en wie zijn daarvoor nodig en wanneer bereiken we dat?
Voor deze opzet is gekozen om behalve vernieuwingen die nodig zijn, nadrukkelijk aan te geven wat er nu al gebeurt, waar we verder mee kunnen.

Werkwijze en samenstelling werkgroep
Deze Beleidsnotitie is voorbereid door de werkgroep Erediensten. Deze nieuwe werkgroep is medio 2010 door de kerkenraad ingesteld, in eerste aanleg met een specifieke opdracht: het opstellen van beleid voor de erediensten.

Deze notitie is daarvan het resultaat.
De werkgroep heeft zich bij het opstellen laten leiden door de vele gesprekken over de erediensten, die de afgelopen jaren zijn gevoerd. Ook eerdere notities over (delen van) het beleid erediensten hebben de basis gevormd voor het werk.
De gebruikte materialen zijn achterin deze notitie vermeld.
Op 12 mei 2011 is een concept beleidsnotitie aan de kerkenraad aangeboden. Daarop is vanuit de gemeente gereageerd.
In een bijlage zijn alle reacties gebundeld. Deze reacties waren aanleiding tot heroverweging en wijziging van de concept-teksten. Op 23 oktober 2011 heeft de werkgroep het eindresultaat aan de kerkenraad aangeboden.

Deze werkgroep heeft sinds de start in juni 2010 bestaan uit de volgende personen:
René Lukens (voorzitter), Jenny van Bokhorst - Lambers Heerspink, Richard Klooster, Marcel Somsen,
Hans Clasener, Chiel Mentink (organist), Reinoud Egberts (cantor/organist), Harry Pals (predikant) [t/m januari 2011], Henk de Bruijn (predikant) en Hans Peet (ondersteuning).
2. Visie PKN Angerlo – Doesburg
Het beleid Erediensten komt voort uit de uitgangspunten van de PKN Angerlo-Doesburg. Dit is verwoord in het visiedocument "Geschreven in Zijn hand, gegrift in de wereld". Vanuit deze visie is het beleid erediensten uitgewerkt. In dit hoofdstuk is kort weergegeven wat de basis is voor het beleid.
In het visiedocument is de missie kernachtig verwoord:

"De PKN Angerlo-Doesburg wil een ongedeelde, open, gastvrije en vierende geloofsgemeenschap zijn, waar mensen met elkaar vreugde beleven aan Goddelijke inspiratie, gemeenschappelijke zingeving en maatschappelijke actie."

Aan deze missie zijn zeven doelstellingen gekoppeld. Voor het beleid Erediensten zijn daarvan de belangrijkste:

1. De gemeente geeft op zodanige wijze vorm aan haar vieringen, dat deze wervend en inspirerend zijn en
    blijven voor mensen in onze steeds veranderende samenleving.
2. De gemeente staat voor de boodschap van het evangelie en getuigt daarvan op een aansprekende en
    eigentijdse wijze.
3. De gemeente doet recht aan de verscheidenheid van verwachtingen en belevingen.

Bij deze doelstellingen is een gewenst profiel van de gemeente geschetst. Daarin staat expliciet:
"In de (zondagse) vieringen, waarbij een ieder inbreng kan hebben, wordt de kern van de gemeente bevestigd. (...). De kerk is een dienstverlenend instituut dat de behoefte van mensen serieus neemt en in verband brengt met het evangelie. Zij acteert daarbij niet alleen aanbod-, maar juist ook vraaggericht."

Beleid Erediensten

De nieuwe werkgroep Erediensten heeft tot taak het beleid voor de organisatie en uitvoering van alle vieringen binnen de protestantse gemeente Angerlo-Doesburg voor te bereiden. Zowel vieringen op zondagen, op andere dagen als bijzondere vieringen maken onderdeel uit van het beleid Erediensten. De kerkenraad stelt het beleid vast en is eindverantwoordelijk voor en ziet toe op de uitvoering ervan. De werkgroep draagt daarop zorg voor de (begeleiding van de) uitvoering van dat beleid.


Het werkterrein omvat alle elementen van en rond de vieringen in Angerlo en Doesburg. Concreet betreft dit:
• liturgie en organisatie zondagse vieringen
• liturgie en organisatie andere en bijzondere vieringen
• kerkmuziek in en rond de vieringen
• ondersteunende voorzieningen: oppasdienst, kinder- en tienerviering, preekvoorziening (rooster), liturgie, 
  gebruik kerkgebouwen (Galluskerk en Martinikerk), koffievoorziening, bloemen en bloemschikken, koster, etc.
3. Hoofdlijnen van beleid erediensten

Pluriformiteit: veelkleurig, maar niet zonder meer

In veel gesprekken over de erediensten en weergaven daarvan komt de pluriformiteit, ook wel veelkleurigheid, van onze gemeente tot uiting. Soms als kwaliteit, soms als probleempunt. In de visie staat in het hoofdstuk 2.2, waarin het huidige profiel van onze gemeente wordt getypeerd:

“Een zoekende, veelvormige kerkgemeenschap met een sterk liturgisch profiel. Dit betekent dat de zondagse viering een centrale plaats inneemt in het functioneren van de kerkgemeenschap.”.
Dat dit een zorgpunt is staat ook te lezen: “Het draagvlak voor het huidige profiel staat onder druk.
Er is een groeiende ontevredenheid over de zondagse eredienst waarneembaar met als belangrijkste kritiek dat de gevolgde liturgie en de daarbij gebruikte kerkmuziek als een te knellend keurslijf wordt ervaren.” (hoofdstuk 2.3.2.).
De werkgroep beschouwt pluriformiteit als karakterisering van onze gemeente als een feit. Op grond van de visie van onze kerkgemeente is dit wellicht te beschouwen als een zorgpunt. Pluriformiteit heeft echter ook een andere, positieve en krachtige, kant. Om dat te illustreren is het begrip pluriformiteit hieronder wat verder uitgewerkt en daarmee hanteerbaarder.

Het pluriforme komt tot uitdrukking in verschillende opzichten. In de eerste plaats is er een grote variatie herkenbaar in geloofsachtergronden; herkent de een zich bijvoorbeeld vooral in een evangelische beleving van het geloof, een ander beleeft het geloof wellicht op meer traditionele manier en weer een ander zou zijn geloofsbeleving als modern typeren.
Daarnaast variëren de persoonlijke achtergronden sterk. De een is opgegroeid met het geloof en het bijwonen van kerkdiensten, voor een ander is het relatief nieuw. Ouderen zijn vaker opgegroeid met traditionele kerkmuziek op school; de jongere generatie niet of nauwelijks.
Een derde aspect waarop het pluriforme karakter tot uiting komt is de maatschappelijke opvattingen.
Tot slot komt de pluriformiteit tot uitdrukking in onze woonomgeving. De geografische binding speelt vanzelfsprekend een rol in het zoeken naar het zijn van één kerkgemeenschap voor Angerlo én Doesburg.

De verschillende aspecten van pluriformiteit lopen niet parallel. Bij elk aspect zal ieder zijn persoonlijke voorkeuren hebben; een vergelijkbare geloofsachtergrond betekent niet eenzelfde maatschappelijke opvatting. Dat versterkt het beeld van een pluriforme gemeente. Zo bezien maakt pluriformiteit het niet eenvoudig om als één kerkgemeenschap vorm te geven aan erediensten en het kerk zijn samen te beleven. Het leidt tot allerlei –voor velen herkenbare– problemen en zorgpunten. Anderzijds is pluriformiteit natuurlijk een kracht. Het laat zien dat wij als verschillende mensen met elkaar één willen en kunnen zijn, met één samenbindende kracht, namelijk die van ons geloof.

Om met elkaar gestalte te geven aan onze gemeente, is het essentieel elkaar te accepteren zoals we zijn, met ieder de eigen wensen, belangen, beleving en gevoel. Dat veronderstelt dat bindend vermogen, open en actieve communicatie, flexibiliteit, ruimdenkendheid en inlevingsvermogen aanwezig zijn in onze gemeenschap. Dat we één gemeente zijn bewijst dat deze eigenschappen aanwezig zijn. De zorgpunten onderstrepen dat aandacht hiervoor nodig is. Het beleid erediensten en de concrete maatregelen en activiteiten die uitgewerkt worden, moeten bovenstaande ondersteunen, zodat pluriformiteit beleefd kan worden als een verrijking. Een pluriforme gemeente verdient een veelkleurige eredienst.
4. Uitwerking in 4 thema's

Beleidsrichting: veelkleurigheid in erediensten

De voornaamste aandachtspunten met betrekking tot de erediensten zijn geïnventariseerd. Er is voor gekozen de aandachtspunten positief te formuleren als de gewenste beleidsrichting. Onder 4 thema’s is aangegeven wat nodig is om van een pluriforme gemeente een veelkleurige gemeente te maken. Impliciet wordt de vinger dan gelegd bij de noodzaak juist op deze aspecten te werken aan veelkleurigheid. Onderstaande punten vormen een samenhangend vertrekpunt voor verdere uitwerking en inkleuring.
 
Vier beleidsthema's: 12 doelstellingen

Thema 1
Gezamenlijkheid en ontmoeting in en rond erediensten

Doel 1. Het ontmoetingsmoment wordt benut om samen vanuit onze variërende achtergronden te beleven, 
            vieren en delen.
Doel 2. Er is ruimte voor een gezamenlijke beleving en 'verwerking' van de dienst, met specifieke aandacht waar
           het raakt aan gevoel en beleving.
Doel 3. In of rond de erediensten wordt actief ruimte gemaakt om allerlei kerkelijke activiteiten te belichten of
           zichtbaar te maken.

Thema 2
Liturgische vorm van en taalniveau in erediensten

Doel 4. Liturgische vorm en invulling van erediensten sluiten aan op de veelkleurigheid van de gemeente.
Doel 5. Taalgebruik in preek en lied passen bij de toegankelijke en open kerk die we zijn, zonder dat dit ten
            koste gaat van de geestelijke diepgang.
Doel 6. Taal en presentatie sluiten aan op de dagelijkse beleving.

Thema 3
Muziek en zang in erediensten

Doel 7. Er is variatie in muziekkeuze en begeleidingsinstrumenten, rekening houdend met aanwezige diversiteit.
Doel 8. Beleving van muziek en zang is belangrijk.
Doel 9. Waar gebruikte liederen bekendheid en oefening vereisen, is daar aandacht voor.

Thema 4
Afstemming erediensten in twee kerkgebouwen

Doel 10. Er is afstemming in aard, opzet en tijdstip van diensten, zodat het beschikken over twee gebouwen een
meerwaarde voor een veelkleurige gemeenschap vormt.
Doel 11. In eredienst(-beleid) is er één kerkgemeenschap.
Doel 12. Predikanten, kerkmusici en andere medewerkers aan erediensten stellen zich dienstbaar op voor deze 
             ene kerkgemeenschap.
4.1. Gezamenlijkheid en ontmoeting in en rond erediensten

4.1.1. Inleiding

In de visie "Geschreven in Zijn hand, gegrift in de wereld" wordt de eredienst een centrale plek in onze gemeente toegedacht.

Het belang ervan wordt omschreven met de woorden "onze vieringen als plaats van ontmoeting en bron van inspiratie" (pag. 19). Verder worden in de missie de woorden "open, gastvrije en vierende geloofsgemeenschap" gebruikt. Vanuit deze visie krijgen erediensten gestalte. Gezamenlijke viering en (persoonlijke) ontmoeting in en rond de diensten veronderstelt toegankelijkheid, laagdrempeligheid, betrokkenheid en zichtbaarheid. Maar ook erediensten, die wervend en inspirerend zijn. Iemand die naar de kerk wil gaan vraagt zich vooraf af "wat zou er nu te beleven zijn?". Door de veelkleurigheid terug te laten komen in de diensten, kunnen velen zich welkom voelen. Zo kan de eredienst dé plaats van ontmoeting en gezamenlijke viering zijn.

4.1.2. Doelstellingen

wat willen we bereiken?
Voor thema 1 "Gezamenlijkheid en ontmoeting in en rond erediensten" zijn onderstaande drie doelstellingen vastgesteld. Deze zijn opgesteld vanuit de inspiratie dat onze pluriforme gemeente een veelkleurige bloeiende gemeente kan zijn.
Doel 1. Het ontmoetingsmoment wordt benut om samen vanuit onze variërende achtergronden te beleven,  
           vieren en delen.
Doel 2. Er is ruimte voor een gezamenlijke beleving en 'verwerking' van de dienst; waar het raakt aan gevoel en
           beleving is daarvoor specifieke aandacht.
Doel 3. In of rond de erediensten wordt actief ruimte gemaakt om allerlei kerkelijke activiteiten te belichten of
           zichtbaar te maken.

4.1.3. Activiteiten
wat doen we daar nu al voor?

Om gezamenlijke beleving en viering en ontmoeting te bewerkstelligen gebeurt er veel in onze kerkgebouwen.
Veel van deze waardevolle activiteiten zijn nodig om één gemeente te zijn.

algemeen
• zondagse eredienst om 10 uur, als moment en plaats voor ontmoeting, samen vieren en delen

• bijzondere diensten (Kerst, Pasen, Pinksteren, zegeningsdienst, oecumenische viering, startzondag,
   Wielbergenzondag etc.)
• 'andere' kerkdiensten in de Galluskerk (eens per maand)
• opstellen jaarlijks preekrooster, waarin iedereen die een taak heeft in de eredienst is aangegeven
• voorziening opvang kinderen jonger dan 4 jaar, zodat jonge ouders de eredienst kunnen bijwonen
• kindervieringen en tienervieringen (georganiseerd door Werkgroep jeugd en jongeren) als nevendiensten bij  
  de zondagse eredienst

voor de dienst
• welkom bij de ingang door diakenen en/of de koster

• voorbedenboek, waar kerkgangers een verzoek om een bede in kunnen schrijven
• ondertekenen kaarten tbv bloemengroet
• voorbereidend gebed in consistorie voor de personen met een actieve rol in de eredienst

in de eredienst
• mededelingen bij aanvang van de eredienst door de ouderling van dienst

• samenzang en koorgroepen
• gezamenlijke (dank)gebeden
• gedenken van een overlijden op een specifiek moment in de eredienst
• wanneer dat past, ruimte voor een inbreng vanuit werkgroepen of anderen (veelal bij bijzondere diensten)
• betrokkenheid kinderen bij eerste deel van de dienst, kinderuitleg en aanwezigheid kinderen bij avondmaal na 
  de eredienst
• op de 1e zondag van de maand (Martinikerk) / eens per maand (Galluskerk) en bij bijzondere diensten samen
  koffie/thee drinken en tijd voor een informeel gesprek · soms een informatietafel / Wereldwinkel / NBG

4.1.4. Vernieuwing en ontwikkeling

wat gaan we anders doen, wat en wie zijn daarvoor nodig en wanneer bereiken we dat?
Laten we het goede behouden! Er gebeurt al heel veel in onze kerkgebouwen in en rond de erediensten.
Om het pluriforme karakter daadwerkelijk veelkleurig tot bloei te laten komen worden sommige activiteiten wat anders vorm gegeven en worden nieuwe activiteiten toegevoegd. Zo kan de zondagse eredienst een feest van verrassing zijn (wat zou er gaan gebeuren?), maar ook een feest van herkenning (vaste herkenbare punten in de eredienst).

algemeen
• Er is een grotere betrokkenheid van allerlei groepen bij (de voorbereiding van) de eredienst.

  Daarvoor is geen vast sjabloon; de liturgie en de invulling ervan zijn afhankelijk van de mogelijkheden en  
  wensen van de betreffende groep. Zo ook de frequentie waarin een groep betrokken is, minimaal eens per 
  jaar tot vier keer per jaar.
  Betrokkenheid wordt verwacht van de vaste werkgroepen binnen onze kerkorganisatie, maar ook jongeren,
  (jonge) ouders, ouderen, musici, etc. kunnen actief betrokken zijn bij een eredienst. Deze diensten noemen we
  "veelkleurige" vieringen.
• Deze "veelkleurige" vieringen zijn erediensten met een vaste frequentie. Voorlopig wordt begonnen met een
  maandelijkse "veelkleurige" viering, zoveel als mogelijk op elke 1e zondag van de maand. Dat kunnen diensten
  zijn, zoals we die al langer kennen (bijv. dienst voor werelddiaconaat, zegeningsdienst, oecumenische viering,
  startzondag), maar daar komen nieuwe invullingen bij.
• De planning van alle diensten en andere activiteiten (voor specifieke groepen) wordt op elkaar afgestemd.
  Daarom wordt jaarlijks een integrale planning gemaakt en zijn activiteiten gecoördineerd.
  Op die manier is voor allen die in een eredienst een bijdrage gaan leveren tijdig duidelijk wat van hen
  verwacht wordt. Doel daarvan is ook dat niet in eenzelfde weekend verschillende activiteiten voor eenzelfde
  doelgroep plaats vinden. De deelname raakt dan versnipperd.
  Het opstellen van het preekrooster wordt zo verbreed tot een integrale jaarplanning van alle diensten en
  andere activiteiten binnen onze gemeente.
• De inrichting van de kerkgebouwen sluit aan bij het open en laagdrempelige karakter van de vieringen, met
  een betrokken gemeente. Zonodig vindt aanpassing plaats. Voor de Martinikerk zijn specifieke
  aandachtspunten de toegang of entree (onder orgel), het gebruik van de kansel door de voorganger, de
  koffievoorziening en de indeling, situering van stoelen.

voor de dienst
• Bij binnenkomst heet een gastvrouw of -heer een ieder welkom.

  Bij "veelkleurige" diensten gebeurt dat samen met mensen van de betrokken groep.
• Bij de ingang liggen kaarten voor de bloemengroet en een "lief en leed"-boek, waar kerkgangers een tekst
  kunnen achterlaten, waar in de dienst aandacht aan geschonken wordt. In de toekomst zouden deze teksten
  visueel zichtbaar gemaakt kunnen worden met een beamer.

in de eredienst
• De mededelingen door de ouderling van dienst krijgen een minder formeel karakter. Ook individuele

  kerkgangers krijgen de mogelijkheid een (spontane) mededeling te doen. Het moment van mededelingen  
  wordt verplaatst naar de collecte, zodat de dienst direct (inhoudelijk) kan aanvangen.
• Nieuwe gemeenteleden krijgen de mogelijkheid zich expliciet kenbaar te maken.
• Wanneer dat past bij het karakter en de inhoud van de dienst komt er wat meer interactie tussen voorganger
  en gemeente.
• Onderzocht gaat worden op welke manier moderne (ondersteunende) visuele presentatiemogelijkheden 
  (beamer) een toegevoegde waarde kunnen hebben in de eredienst
• De kinderen worden actief en intensief betrokken bij het avondmaal.

na de eredienst
• Na elke zondagse eredienst is er koffie/thee/limonade (zoveel mogelijk "Fairtrade").

  Dat vereist dat de organisatie van de koffievoorziening daarop wordt aangepast.
• Er is een gelegenheid om tijdens het koffiedrinken te zitten (tafeltjes, stoelen) en informeel na te praten.
• Bij "veelkleurige" diensten verzorgd de betrokken groep een presentatie van zijn activiteiten.
  De vorm daarvoor bepaalt de groep zelf (infokraampje, activiteit, etc.).
• Het Diaconaat besluit naar wie de bloemengroet gaat. De bloemengroet van de gemeente wordt door een
  vrijwillig gemeentelid bezorgd. Tijdens de collecte vraagt de predikant wie uit de gemeente de groet wil
  overbrengen. De diakenen fungeren als achtervang.
• Er komt een mogelijkheid om een (korte) reactie achter te laten (in boek of op flap).
  Dit stimuleert het bewustzijn over de eredienst en kan anderen aan het denken zetten.
Naar boven

4.2. Liturgische vorm van en taalniveau in erediensten

4.2.1. Inleiding


De (zondagse) ontmoeting in erediensten krijgt vorm aan de hand van de liturgie. Liturgie is vieren. Vieren is: samen bidden, zingen, belijden en delen, de dienst van het Woord, de viering van de sacramenten. In de liturgie krijgen deze elementen een plaats, waardoor het ons bindt en inspireert. In dit hoofdstuk staan de liturgische structuur en de vormen daarbij omschreven. Hoe willen wij als veelkleurige gemeente met elkaar vieren?

Een belangrijk element in het vieren is de taal, die we gebruiken. De taal uit de Bijbel is onze basis, maar in de erediensten horen en gebruiken we ook veel op de Bijbel geïnspireerde teksten. De taal daarvan is soms sterk verbonden met onze geloofstraditie, maar lijkt soms ook ver af te staan van de taal die wij dagelijks met elkaar gebruiken. Om een eigentijdse bloeiende gemeente te zijn, is het een uitdaging een brug te slaan tussen traditie en ons dagelijks leven.

De kerkganger is in onze erediensten een deelnemer aan die dienst. Dat krijgt vorm door betrokkenheid van gemeenteleden in elke dienst, door samenzang en acclamaties. Vooral in "veelkleurige vieringen" is er ruimte voor andere vormen van liturgie, om de betrokkenheid en zichtbaarheid van de gemeenteleden te ondersteunen. We mogen allen meevieren!

4.2.2. Doelstellingen
wat willen we bereiken?

Voor thema 2 "Liturgische vorm en taalniveau in erediensten" zijn onderstaande drie doelstellingen vastgesteld.
Deze zijn opgesteld vanuit de inspiratie dat onze pluriforme gemeente een veelkleurige bloeiende gemeente kan zijn.
Doel 4. Liturgische vorm en invulling van erediensten sluiten aan op de veelkleurigheid van de gemeente.
Doel 5. Taalgebruik in preek en lied passen bij de toegankelijke en open kerk die we zijn, zonder dat dit ten 
            koste gaat van de geestelijke diepgang.
Doel 6. Taal en presentatie sluiten aan op de dagelijkse beleving.

4.2.3. Activiteiten
wat doen we daar nu al voor?

Bij binnenkomst worden we welkom geheten en ontvangen een liturgieblad. De daarin opgenomen orde van dienst is voor velen vertrouwd en herkenbaar. De vaste elementen geven houvast en bieden ruimte om alle aspecten van het "vieren" inhoud te geven. Hieronder is beschreven welke aspecten van liturgie en taalniveau nu al goed en waardevol zijn.

Liturgie
• We volgen het oecumenisch leesrooster De Eerste Dag. Het rooster van Kind op Zondag (t.b.v. kinder-

  en tienervieringen) sluit hierop aan. Als daar aanleiding voor is wordt afgeweken van het vaste rooster.
• Er wordt rekening gehouden met het kerkelijk jaar en het karakter van de verschillende periodes, zoals de
  advents- en de veertigdagentijd.
• De liturgie kent in beginsel een vaste structuur. Deze is gebaseerd op de oecumenische manier van vieren.
  Vaste elementen daarin zijn:
  - "Om te beginnen" met welkom, smeking en lofprijzing;
  - "De Bijbel in het midden" met lezing en overweging;
  - "Het delen" met gebed, inzameling, tafelviering en zegen.
• In de vieringen zijn gemeenteleden actief betrokken, ondermeer als ouderling van dienst, lector, collectant, lid
  van de cantorij of een zanggroep en leiding van kinder- en tienerviering.
• In overleg met doopouders krijgt de doop een passende vorm in de liturgie. Alle kinderen zijn aanwezig bij de
  doop.
• Voor het avondmaal geldt het uitgangspunt van een open en voor iedereen toegankelijke viering. Iedereen is
  welkom. Het avondmaal vieren we door met elkaar een kring te vormen.
  De cantorij levert een bijdrage aan de tafelviering. Kinderen hebben een actieve rol in de viering.
• In erediensten wordt regelmatig (in elk geval in bijzondere diensten) door de werkgroep liturgisch
  bloemenschikken een liturgische bloemschikking verzorgd, die past bij inhoud en karakter van de dienst.
• Er is een gedrukt liturgieblad beschikbaar voor alle kerkgangers. Daarin zijn de verschillende onderdelen van 
  de dienst duidelijk herkenbaar.
  Liederen die niet uit het Liedboek voor de kerken afkomstig zijn worden daarin, inclusief notenschrift,
  afgedrukt.
  De predikant en kerkmusicus zorgen dat alle informatie tijdig beschikbaar is voor degene die het blad 
  samenstelt.

Taalniveau
• We lezen in beginsel uit de nieuwe Bijbelvertaling van het NBG. Er is ruimte voor een eigentijdse bewerking

  om de toegankelijkheid te vergroten. De lectoren dragen bij aan het vergroten van de toegankelijkheid door
  de manier waarop zij de teksten voordragen.
• We zingen uit een breed aanbod van liedbundels. Naast psalmen en gezangen uit het Liedboek voor de kerken
  kunnen evengoed liederen gezongen worden uit andere bundels. Zie hiervoor ook onder thema 3 "Muziek en
  zang in erediensten". 
  In het maken van keuzes wordt expliciet rekening gehouden met de toegankelijkheid van de te zingen
  woorden.
• In het eerste deel van de eredienst is er specifieke aandacht voor de kinderen, ondermeer door een kinderlied
  te zingen en een kinderuitleg door de predikant.

4.2.4. Vernieuwing en ontwikkeling
wat gaan we anders doen, wat en wie zijn daarvoor nodig en wanneer bereiken we dat?

In de samenleving (bv. onderwijs, werkvloer, etc.) zijn de intermenselijke relaties de afgelopen 40 jaar aanzienlijk veranderd.
Er is meer interactie, er is meer ruimte voor gelijkwaardig gesprek, er is minder sprake van een expliciete gezagsverhouding, etc. Actieve participatie is eerder regel dan uitzondering. Ook vorm is veel belangrijker geworden. Het gaat niet alleen om de inhoud, maar de 'verpakking' maakt onlosmakelijk deel uit van de boodschap. Communicatie is snel, direct en open. De mensen zijn mondiger geworden, (opbouwend) kritisch zijn is algemeen aanvaard. Informatie is in ruime mate beschikbaar en toegankelijk. In de kerk is die verandering veel minder duidelijk waarneembaar. Dat is enerzijds waardevol, een plek voor bezinning en rust is iets om te koesteren. Anderzijds is er het risico dat steeds meer mensen zich minder herkennen in de manier waarop liturgie vorm en inhoud krijgt. Het is daarom belangrijk meer aan te sluiten op de dagelijkse belevingswereld van kerkgangers.

Liturgie
• Liturgie is toch vooral samen vieren. In beginsel wordt vastgehouden aan de oecumenische structuur.

  Er blijft ruimte om van de structuur af te wijken. Vernieuwing wordt vooral gezocht in meer creatieve en 
  verrassende invullingen van de structuur. Om de betrokkenheid te vergroten is er meer ruimte voor interactie.
  De kerkganger is een deelnemer aan de eredienst, geen consument of toehoorder. Actieve betrokkenheid van
  ambtdragers en mensen uit de gemeente past daarin. De inbreng van eerdere personen versterkt de
  gemeenschappelijkheid en vergroot de zichtbaarheid.
• Er is expliciet aandacht voor momenten van stilte en bezinning in en rond de eredienst.
• Ter ondersteuning van de inhoud wordt meer gebruik gemaakt van beeldende vormen.
  Daarin kan ook het gebruik van audiovisuele presentaties een rol spelen, maar ook bijvoorbeeld een andere
  presentatie van een gebed (gedanst?), een lezing (gezongen?), een tafelviering (met beelden?), een lied
  solozang?) etc.

Taalniveau
• In algemene zin geldt dat er nadrukkelijk aandacht is voor het laten aansluiten van de gekozen woorden op

  het dagelijks taalgebruik.
• Anderzijds kan het niet de bedoeling zijn dat woorden die de kern van het christelijk geloof raken in onbruik
  zouden raken, omdat we die niet dagelijks gebruiken. Van de kerkgangers mag enige vertrouwdheid met de
  betekenis van en gebruiken in de eredienst dan wel inlevings- of voorstellingsvermogen verwacht worden.
• Het is goed dat woorden herkenbare situaties of zaken beschrijven, die de beleving van de kerkganger raken. 
  Woorden mogen echter ook prikkelend zijn, aan het denken zettend. Het in beweging krijgen van mensen past
  in de missie die de kerkenraad heeft vastgesteld.
• Er wordt specifiek aandacht gegeven aan het betrokken houden van kinderen en jongeren bij de erediensten,
  door aansluiting te zoeken op hun taalniveau en belevingswereld.

Naar boven

4.3. Muziek en zang in erediensten
4.3.1. Inleiding

Kerkmuziek heeft een lange geschiedenis (psalmberijmingen, gezangenbundels), maar kent ook belangrijke vernieuwingen (opwekkingsliederen, moderne gospelmuziek). Ook de wijze van uitvoering kan variëren, van samenzang onder begeleiding van een kerkorgel tot een koor begeleid door een muziekband, van instrumentaal

tot solozang. Binnen onze gemeente beleven mensen de verschillende muziekstijlen en uitvoeringsvormen heel verschillend. Deze grote variatie en de grote verschillen in beleving maken het vorm en inhoud geven in erediensten tot een uitdaging, waarin bij uitstek de veelkleurigheid ten gehore gebracht kan worden.

In de visie "Geschreven in Zijn hand, gegrift in de wereld" wordt als zorgpunt genoemd dat er "een groeiende ontevredenheid is over de zondagse eredienst (…) met als belangrijkste kritiek dat de gevolgde liturgie en de daarbij gebruikte kerkmuziek als een te knellend keurslijf worden ervaren." (citaat pag. 17 Visiedocument).
Als uitwerking van de missie is als doel geformuleerd dat de vieringen wervend en inspirerend zijn.
Omdat muziek in sterke mate het gemeenschapsgevoel, de saamhorigheid bepaalt, is het van groot belang verbinding te leggen tussen muziek en zang en gemeente. Het zetten van stappen hierin heeft urgentie.

De hoofdlijn voor het beleid erediensten is dat de pluriformiteit van onze gemeente tot uitdrukking komt in veelkleurige erediensten. Vanuit deze visie krijgen ook muziek en zang in de eredienst vorm en inhoud.
De mensen vinden herkenning in en ervaren hun geloof in muziek en zang in de erediensten.

4.3.2. Doelstellingen
wat willen we bereiken?

Voor thema 3 "Muziek en zang in erediensten" zijn onderstaande drie doelstellingen vastgesteld.
Deze zijn opgesteld vanuit de inspiratie dat onze pluriforme gemeente een veelkleurige bloeiende gemeente kan zijn.
Doel 7. Er is variatie in muziekkeuze en begeleidingsinstrumenten, rekening houdend met aanwezige diversiteit.
Doel 8. Beleving van muziek en zang is belangrijk.
Doel 9. Waar gebruikte liederen bekendheid en oefening vereisen, is daar aandacht voor.

4.3.3. Activiteiten
wat doen we daar nu al voor?


Om muziek en zang in onze erediensten vorm en inhoud te geven gebeurt er veel. Met betrokkenheid van veel gemeenteleden en onder leiding van verschillende kerkmusici zijn muziek en zang een belangrijke en waardevolle factor in de erediensten. We beschikken over waardevolle instrumenten en kerkgebouwen met heel verschillende karakters, die zich lenen voor grotere en kleinere muzikale uitvoeringen. Er is kortom een goede basis om tot verdere bloei te komen.

Stijlen kerkmuziek / repertoire
• samenzang uit verschillende liedbundels begeleid door het orgel

• instrumentale en koormuziek, veelal klassiek

Uitvoerenden / betrokkenen
• op dit moment voor de Martinikerk: een cantor/organist (functieniveau I), een plv. organist (functieniveau III)

   op dit moment voor de Galluskerk: een organist (functieniveau III) en een cantor (functieniveau III)
• twee cantorijen ter ondersteuning van de erediensten
• een oecumenische zanggroep (Follow Up)
• blazersensemble uit Wehl en de blazergroep van "Nieuw leven" uit Angerlo
• incidenteel een bijdrage van jongeren Instrumentarium
• monumentaal Walcker-orgel, koororgel (Flentrop) en kabinetorgel (Freytag) in Martinikerk
• orgel (Flentrop) in Galluskerk
• in beide kerkgebouwen een piano
• diverse instrumenten in privébezit gemeenteleden (van trombone en dwarsfluit tot gitaar en harp)

4.3.4. Vernieuwing en ontwikkeling
wat gaan we anders doen, wat en wie zijn daarvoor nodig en wanneer bereiken we dat?

Er gebeurt al heel veel op muzikaal gebied in onze kerkgebouwen in de erediensten. Daar kunnen we trots op zijn en het draagt bij aan het zijn van één geloofsgemeenschap. Toch klinken juist over de muziek en zang in de kerk geluiden van onvrede. In het visiedocument wordt dit verwoord met het begrip "keurslijf".

Met de beleidsrichtlijnen, die hieronder worden beschreven, wordt beoogd om het aanbod aan muziek en zang in de erediensten te verbreden. Met de aanduiding "met regelmaat" is gekozen voor een flexibel werkkader voor de kerkmusici. De doelstellingen en de beleidsrichting zijn echter eenduidig en helder. Er is echter urgentie om ontwikkelingen zichtbaar en hoorbaar te maken.

 
Met behoud van het waardevolle wat er is, met inzet van kerkmusici en andere getalenteerden binnen onze gemeente kan een breder muziekspectrum klinken in onze kerkgebouwen. Zo krijgen muziek en zang het veelkleurige karakter dat nu te veel ontbreekt. Zo kan de zondagse eredienst voor allen een feest van verrassing zijn (wat zou er gaan gebeuren?), maar ook een feest van herkenning.

Stijlen kerkmuziek / repertoire
• In alle erediensten wordt voor de samenzang geput uit een breed aanbod van liederen. Naast psalmen en

  gezangen uit het Liedboek voor de kerken en acclamaties en responsies uit de Dienstboeken I en II kunnen
  evengoed liederen gezongen worden uit andere bundels, zoals Tussentijds, Zingend geloven, Alles wordt   
  nieuw, Liedbundel van Taizé, Evangelische liedbundel en Liedbundel Opwekking.
  In het maken van keuzes wordt rekening gehouden met het brede scala aan wensen en behoeften binnen de
  kerkgemeente.
• De bandbreedte van het repertoire in relatie tot het profiel van onze gemeente verdient nog nadere uitwerking
  en onderbouwing. De werkgroep erediensten brengt hierover nog een nader advies uit aan de kerkenraad.
• De samenzang kan worden begeleid door het orgel, maar ook andere begeleidingsinstrumenten worden met
  regelmaat ingezet. Dat kan ook een muziekgroep of band zijn.
• Voor aanvang van de eredienst wordt door de cantor of organist een korte toelichting gegeven of een 
   gekozen lied of muziekstuk en de wijze van uitvoering ervan. Onderdeel daarvan kan zijn het oefenen van
   (een deel van) een lied. Doel ervan is dat de aanwezigen begrijpen waarom gekozen is voor deze stijl of
   vorm.
• Het inoefenen van nieuwe liederen gebeurt waar nodig in aanwezigheid van een cantorij, en zoveel mogelijk
  voorafgaand aan de dienst (bijv. om 09.50 uur).
• In erediensten kan voor aanvang en na de dienst, na de preek en tijdens de inzameling van gaven  
  instrumentale muziek ten gehore ebracht worden. Ook hiervoor wordt een breed repertoire (van klassiek tot
  modern populair) benut. De uitvoering ervan is op variërende instrumenten en kan eventueel ook via een
  geluiddrager (CD, MP3).

Organisatie
• Onze gemeente beschikt over enkele kerkmusici (organisten en/of cantores), die op arbeidsvoorwaarden of als

  vrijwilliger (al dan niet tegen een onkostenvergoeding) werkzaam zijn. Binnen de gemeente gaat het in de
  Martinikerk om een kerkmusicus met bevoegdheidsverklaring I, omdat dit op grond van de Generale regeling
 kerkmusici van de PKN een vereiste is, en in de Galluskerk om een kerkmusicus met bevoegdheidsverklaring
 III.
• De kerkmusici dragen zorg voor een eenduidige toepassing van het beleid kerkmuziek en zang in de
  erediensten. Hiertoe hebben zij, onder coördinatie van de kerkmusicus (functieniveau I), gestructureerd en
  regelmatig overleg.
• In beide kerkgebouwen is één organist de vaste organist. Op initiatief van de coördinerend kerkmusicus zijn
  alle aan de gemeente verbonden organisten en/of cantores inzetbaar in beide kerkgebouwen.
• In de eredienst zijn de uitvoerende musici zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de muziek.

Uitvoerenden / betrokkenen
• De voorganger en de dienstdoende kerkmusicus/organist overleggen over de muziekkeuze in de eredienst.

  De voorganger beslist over de liederenkeuze, de keuze voor het instrumentarium en de instrumentale muziek
  is aan de kerkmusicus. Daarbij is het door de kerkenraad vastgestelde beleid leidend.
• Voorlopig functioneren er twee cantorijen ter ondersteuning van de erediensten. Toegewerkt wordt naar één
  cantoraatsbeleid (één functionele organisatie) met een integrale jaarplanning. De vorming hiervan houdt
  zoveel mogelijk gelijke tred met het komen tot één zondagse eredienst (zie thema 4).
  Binnen het cantoraat zijn meer (zang- en speel-)groepen. Deze kunnen in wisselende samenstelling optreden
  zodat er een optimale bediening van de diensten is. De coördinerend kerkmusicus heeft de leiding over het
  cantoraat.
• De coördinerend kerkmusicus heeft specifiek de opdracht muziek voor en met jongeren en kinderen vorm te
  geven. Regelmatig en in bijzondere diensten komt dit tot uitdrukking.
• In erediensten wordt met regelmaat gebruik gemaakt van in de gemeente aanwezige talenten.
  Zowel jongere als oudere musici worden actief door de kerkmusicus benaderd en betrokken bij diensten.
  Het doel hiervan is mede de gezamenlijkheid en ontmoeting binnen de gemeente te versterken.
  Bij de inzet van andere musici is het van belang voldoende voorbereidingstijd te creëren.
• De oecumenische zanggroep Follow Up levert met enige regelmaat een bijdrage aan erediensten.
  De coördinerend kerkmusicus onderhoudt structureel contacten met deze groep en maakt afspraken over de
  bijdragen. Ook zanggroepen, verbonden aan andere kerken, kunnen incidenteel een bijdrage leveren aan een
  eredienst.

Instrumentarium
• Alle aanwezige instrumenten (orgels en piano's) worden benut in de erediensten.

• Met regelmaat worden (amateur) musici binnen onze gemeente gevraagd hun instrument te laten klinken in
  de eredienst. Dat kan in plaats van of in aanvulling op aanwezige instrumenten zijn.
5. Organisatie

5.1. Inleiding

Het nieuwe beleid erediensten staat of valt met een goede organisatie. Meer variatie in diensten, de organisatie veelkleurige diensten, optimaal gebruik maken van twee kerkgebouwen vereist planmatiger werken en vereist goede afspraken. We werken toe naar een situatie waarin het (opnieuw) voor iedereen, die een taak heeft in of rond een eredienst, helder is wat van haar of hem verwacht wordt.


Op twee niveaus wordt de organisatie van erediensten aangestuurd. Het eerste is een integrale planning voor het hele jaar.
Op hoofdlijnen wordt daarmee aangegeven welke erediensten op welke dagen en op welke locatie worden georganiseerd en wat het beoogd profiel van deze diensten is. Het tweede niveau is dat van de organisatie van een concrete eredienst. Binnen welke structuur organiseren betrokken personen een specifieke eredienst. Wie heeft daarin een rol, wat wordt er verwacht en op welk moment en hoe stemmen we dat goed met elkaar af?

5.2. Jaarprogramma

Leidraad voor de organisatie van de erediensten is het jaarprogramma. Op een gedegen en gevarieerde manier vorm geven aan de erediensten vraagt, nog meer dan nu, dat planmatig gewerkt wordt. De organisatie van een eredienst verdient een goede voorbereiding. Het jaarprogramma biedt daarvoor houvast. Met het jaarprogramma wordt eigenlijk de hele vormgeving van het beleid erediensten aangestuurd.

Het jaarprogramma wordt, anders dan nu met het preekrooster, opgesteld per seizoensjaar (1 september tot 31 augustus).
De kerkenraad stelt dit jaarprogramma steeds voor 1 mei vast. Het jaarprogramma bevat een integrale planning. Daarin zijn alle erediensten omschreven, is het profiel van de dienst aangeduid, is de locatie aangegeven, is omschreven welke voorganger, kerkmusicus, ouderling van dienst en eventueel anderen een rol hebben.
Specifieke aandacht vragen de periodes, waarin een aantal met elkaar samenhangende erediensten georganiseerd worden.
Te denken valt bijvoorbeeld aan de adventstijd uitlopend in de kerstvieringen en de 40-dagentijd uitlopend in de vieringen rond Pasen. Al bij het opstellen van de jaarplanning is er overleg tussen de werkgroep erediensten, de predikant(-en) en de kerkmusicus over de grote lijnen daarin.

De werkgroep erediensten is verantwoordelijk voor de voorbereiding van het jaarprogramma, dat in de plaats komt van het huidige preekrooster. Het streven is om per 1 september 2012 te starten met één jaarprogramma voor onze hele gemeente.
Het jaar 2012 wordt dan een overgangsjaar, waarin de omslag van twee preekroosters naar één integraal jaarprogramma vorm krijgt.

5.3. Organisatie van een eredienst

De organisatie van elke eredienst vereist betrokkenheid in inzet van velen. Veel vrijwilligers dragen hun steentje bij om er iets moois van te maken. Dat is nu het geval en dat moet vooral blijven. Uitgangspunt is daarom voort te bouwen op bestaande structuren.


Meer dan voorheen zal het van belang zijn heldere afspraken te maken over de coördinatie. Van de werkgroep mag verwacht worden dat er een helder kader daarvoor aanwezig is. In feite in het verlengde van hetgeen nu al door de scriba gedaan wordt.
De organisatie van de eredienst ligt primair in handen van de driehoek: voorganger, kerkmusicus, ouderling van dienst. In onderling overleg, en ieder met een specifieke eigen verantwoordelijkheid, wordt vorm en inhoud gegeven aan de eredienst. Wanneer er een gastpredikant voorgaat, zijn de dienstdoende kerkmusicus en de ouderling voor hem/haar het aanspreekpunt. De kerkmusicus draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de muziek in de dienst. De ouderling draagt, voor zover dat nog nodig is, zorg voor de afstemming van de bijdragen van anderen. Bij veelkleurige vieringen wordt de ouderling hierin ondersteund door de werkgroep erediensten.

De werkgroep erediensten zal nog dit jaar een uitwerking maken, waarin de werkafspraken rond de organisatie van een eredienst zijn vervat. Behalve het vastleggen van de taakverdeling is de planning van alle voorbereidingen daarin een specifiek aandachtspunt.

5.4. Taken, samenstelling en werkwijze werkgroep erediensten

5.4.1. Taken werkgroep

De werkgroep erediensten is een nieuwe groep in onze gemeente. Een groep die zijn bestaansrecht nog moet aantonen en zijn plaats in de organisatie nog moet gaan vinden.
Gekozen wordt voor een kleine werkgroep, bestaande uit drie of vier personen met de predikant en kerkmusicus als toegevoegde leden. De werkgroep legt zich toe op de kerntaken rond het opstellen van het jaarprogramma, de uitvoering van het beleid erediensten en het zijn van een overlegplatform voor een ieder die een actieve bijdrage levert of wil leveren aan de erediensten. Het idee is daarmee dat al datgene dat nu al gebeurt bij dezelfde personen of groepen blijft liggen. De werkgroep gaat die taken niet overnemen. Wel zal de werkgroep een 'veilige' plek voor deze werkers in de kerk moeten worden. Een plek waar afspraken gemaakt kunnen worden, waar met je meegedacht wordt, waar een vervanger geregeld kan worden of waar je gewoon met een probleem terecht kan.

De werkgroep is een overleg- en afstemmingsplatform voor alles wat met erediensten te maken heeft. In hoofdlijnen zijn de taken:
a. Opstellen jaarprogramma erediensten Angerlo-Doesburg
b. Begeleiding invoering van de beleidsvernieuwingen (stimuleren en initiëren)
c. Uitwerking beleid erediensten in concrete werkplannen of werkafspraken
d. Overlegplatform en 'vangnet' voor iedereen die een bijdrage levert aan erediensten

5.4.2. Samenstelling werkgroep

De werkgroep Erediensten kent de volgende samenstelling:
• voorzitter = ouderling (tevens lid Kleine Kerkenraad)
• 2 gemeenteleden
• predikant(en) en coördinerend kerkmusicus

Onder verantwoordelijkheid van deze groep functioneren (zelfstandige) groepen en personen, die de taken hebben in en rond de eredienst. Het gaat concreet om:
• lectorengroep
• werkgroep voor het liturgisch bloemschikken
• samensteller van de liturgie
• de koffiegroep
• de geluidsmensen
• de preekvoorziening
• de kosters (functioneel)

5.4.3. Werkwijze

Zodra de kerkenraad het beleid erediensten heeft vastgesteld en de werkgroep erediensten (deels opnieuw) is bemenst, bepaald de werkgroep wat haar meest effectieve werkwijze is.
 

 

6. Invoeringsplan beleid
 
"Alles op een rijtje"
 
Concrete actie
Wanneer
1. Bemensing werkgroepen erediensten
1 januari 2012
2. Eén jaarprogramma voor de PKN Angerlo-Doesburg
1 januari 2012
3. Start met veelkleurige vieringen (eens per maand)
1 januari 2012
4. Eén gemeente in erediensten (geen 'dubbele' diensten) 2014
5. Eén organisatie van kerkmusici 1 januari 2013
6. Eén cantoraat 1 januari 2013
7. Begeleiding samenzang door andere instrumenten 1 januari 2012
8. Gemeenteleden als musicus in de eredienst 1 september 2011
9. Uitwerking repertoirekeuze muziek en zang juni 2012
10. Nieuwe vormen van liturgische invulling
1 januari 2012
11. Onderzoek gebruik visuele hulpmiddelen (beamer) in erediensten
(incl. treffen voorzieningen)
1 september 2012
12. Uitwerken objectieve criteria keuze kerkgebouw per eredienst
1 januari 2012
13. Predikanten, kerkmusici, ambtsdragers, lectoren leveren actieve bijdragen
in erediensten beide kerkgebouwen
1 september 2012
14. Uitwerken plan inrichting kerkgebouwen i.o.m. werkgroep Financiën en beheer 2012
15. Inrichting met tafels/stoelen en koffie/thee/limonade na elke eredienst
(aanpassing organisatie koffievoorziening)
1 september 2012
16. Voor de dienst inoefenen lied 1 september 2011
17. Bloemengroet van gemeentelid 1 september 2011
18. Reactie op eredienst (boek of flap-over) 1 januari 2012
19. Uitwerking organisatie rond eredienst 1 januari 2011
   

 

7. Overwegingen naar aanleiding van de reacties uit de gemeente

De in de bijlage omschreven reacties op de concept notitie van 12 mei 2011 hebben geleid tot nadere overweging door de Werkgroep Erediensten. We hebben, gezien het aantal gemeenteleden, relatief weinig reacties ontvangen. Vrijwel zonder uitzondering werd daarbij aangegeven dat er waardering is voor het beleidsdocument van de werkgroep. Velen lijken tevreden over de beleidsplannen. Maar, er zijn ook nuttige kanttekeningen geplaatst. Voor de werkgroep was dat aanleiding om nog eens kritisch de voorstellen door te nemen. Dit heeft geleid tot een nuttige verbetering van het document, dat bovendien een breder gedragen beleid is geworden.
Onderstaand gaan wij op enkele concrete reacties in. De meer gedetailleerde opmerkingen worden betrokken bij het verder concreet gestalte geven van het beleid.

pag. 21 Geleidelijke en geleide verandering
Uit de reacties valt op te merken dat sommigen de vrees hebben dat straks ineens alles gaat veranderen. Met deze beleidsnotitie worden inderdaad vernieuwingen in gang gezet. Dat is noodzakelijk om ook op de langere termijn een veelkleurige en vitale kerkgemeenschap te blijven. Anderzijds kan het niet zo zijn dat onze rijke traditie vergeten wordt. De invoering van veranderingen vereist daarom zorgvuldig-heid. Het blijft dan steeds van belang dat de Kerkenraad en de werkgroep dt proces volgen en zonodig bijsturen. We kiezen kortom voor een goede balans tussen vernieuwing en behoud.

pag. 10 Veelkleurige vieringen
Terecht is opgemerkt dat er nu al veel veelkleurige vieringen zijn. Deze zijn niet alle op de eerste zondag van de maand. Dat verandert natuurlijk ook niet. Nieuwe veekleurige vieringen zullen echter wel zoveel mogelijk op de eerste zondag van de maand worden georganiseerd. Dat vergroot de herkenbaarheid.

pag. 13 Kinderen in de dienst
De plek van de kinderen in de eredienst is aanleiding tot enkele reacties. Het is belangrijk om kinderen en jongeren te betrekken bij de viering van de erediensten, ondermeer om onze gemeente voldoende toekomstbestendig te houden. Een duidelijke en herkenbare plek in de eredienst wordt door velen gewaardeerd. Over de mate waarin kinderen en jongeren betrokken worden en in hoeverre de inhoud van de viering daarop zou moeten worden aangepast verschillen de meningen.
Vooralsnog wordt niet gekozen voor een andere structuur, omdat terugkeer van de kinderen aan het einde van de dienst tot praktische problemen leidt voor de Kinder-viering. Dat wordt mede veroorzaakt door de fysieke afstand tussen de locatie van de Kinderviering en de kerk. Er zou simpelweg te weinig échte tijd overblijven om een viering met kinderen vorm en inhoud te geven.

pag. 11 Mededelingen door kerkgangers
De werkgroep heeft de intentie meer ruimte te bieden voor het delen van wat ons inspireert en bezig houdt. Inderdaad is er een risico dat dit ontaardt. Op voorhand is de werkgroep daar niet bang voor. Het is aan de predikant zonodig sturend op te treden. En uiteindelijk kan deze mogelijkheid vervallen. Dat is iets anders dan op voorhand regulerend op te treden.

pag. 13 Stilte
Wat opvalt is dat verschillende keren aandacht wordt gevraagd voor het creëren van ruimte voor stilte in en rond de eredienst. Dit onderwerp hebben we daarom toegevoegd aan de notitie zonder daarbij direct aan te geven hoe en op welke momenten die ruimte voor stilte wordt gemaakt. Er zal immers ook een goede balans moeten zijn tussen stilte en ontmoeting met God en gesprek en ontmoeting met andere mensen. Het is aan degenen die een dienst voorbereiden om hiervoor steeds voldoende aandacht te hebben.


pag. 16 Muziek en zang
Er lijkt geen onderwerp, waarop onze veelkleurigheid meer tot uitdrukking komt dan muziek en zang. De reacties lopen sterk uiteen. Daaruit valt op te maken dat, om tegemoet te komen aan de waaier aan wensen en behoeften, meer variatie in het repertoire en de wijze van uitvoering kan komen. Vooral de veelkleurige diensten lenen zich voor het uitproberen van andere vormen. Waardering is er voor het initiatief om vaker gemeenteleden hun instrumentarium te laten klinken in de erediensten.

pag. 11 Koffiedrinken na de dienst
De ontmoeting voor, in en na de dienst is van groot belang voor het samen kerk zijn. Het vieren staat centraal, maar het is zo belangrijk om na een dienst even onder vier ogen of in kleinere groepjes dingen te kunnen delen en met elkaar mee te leven. Door daar expliciet een gelegenheid voor te maken met tafels en stoelen om er even bij te gaan zitten en de mogelijkheid daarbij een kop koffie te drinken is belangrijk. Natuurlijk zal dat betekenen dat er iets moet veranderen in de organisatie van de koffievoorziening. Zoals dat nu gebeurt is dat niet mogelijk. De werkgroep erediensten zal daarom samen met de koffieploeg creatief over mogelijkheden na gaan denken en dat verder uitwerken.


pag. 19 Galluskerk en Martinikerk
De voorstellen over het gebruik van de kerkgebouwen in Angerlo en Doesburg roept veel emoties op. Dat vraagt een zorgvuldige en evenwichtige aanpak. De reacties geven geen aanleiding tot wijziging, maar een steeds terugkerend begrip hierbij is "evenredigheid". Het is duidelijk dat de betekenis daarvan meer interpretaties mogelijk maakt, wat de spraakverwarring alleen maar groter maakt. Vertrekpunt is dat we toegroeien naar één eredienst op zondagochtend in het meest geschikte kerkgebouw. In het Jaarprogramma dat wordt opgesteld zal duidelijk worden hoe de verdeling gaat worden en wat "evenredigheid" in de praktijk gaat betekenen.

pag. 21 Preekteam
Gesuggereerd is te gaan werken met een vaste groep van gastpredikanten. Dat vergroot de continuïteit en vergemakkelijkt ook de organisatie van een dienst. Vraag is echter of hier op dit moment een probleem ligt. Nadeel is bovendien dat je jezelf enorm beperkt en dat het element van verassing door de inbreng van een onbekende predikant vervalt. Alles afwegend vindt de werkgroep op voorhand niet dat deze keuze gemaakt zou moeten worden. Dat laat onverlet dat het verstandig kan zijn om informeel te werken met een lijstje van predikanten, die qua inhoud en stijl goed aansluiten op onze kerkgemeente. Het kan echter verfrissend zijn eens een ander geluid te horen.

pag. 22 Ouderling van dienst
Vanuit de kerkenraad is gewezen op de taakverzwaring voor de ouderling van dienst. Dat is inderdaad een punt van aandacht en de tekst daarbij is verduidelijkt. Het mag duidelijk zijn dat van de werkgroep erediensten en het scribaat verwacht mag worden dat vooraf zoveel mogelijk geregeld en afgestemd is. Wanneer de eigen predikanten voorgaan is het probleem sowieso al kleiner. De taakverzwaring heeft met name betrekking op de situatie dat een gastpredikant voorgaat. Het is dan verstandig een helder aanspreekpunt voor deze persoon te hebben. De ouderling van dienst is daarvoor de meest logische keuze. Overigens zal bij veelkleurige diensten de werkgroep erediensten een afstemmende rol hebben.
De inhoudelijke voorbereiding en afspraken daarover blijven vanzelfsprekend bij de predikant liggen.

pag. 22 Organisatie en taken van de werkgroep
Verschillenden hebben genoemd dat de werkgroep wel heel veel hooi op de vork neemt. Bovendien zijn er erg veel raakvlakken met andere groepen binnen onze kerk. Hierover is daarom met verschillende personen doorgepraat.

De conclusie is dat het beter is te kiezen voor een kleine werkgroep, die sturend en initiërend is als het gaat om het Jaarprogramma en de invoering van het nieuwe beleid, maar verder vooral faciliterend is naar de vele groepen die rond erediensten actief zijn. De omvang van de werkgroep is daarom terug gebracht en er is een borging gemaakt door de scriba te betrekken in de werkgroep.

Tot slot
De reacties hebben de werkgroep gesterkt in hun gedachte dat er draagvlak is voor de voorgestelde veranderingskoers, mits dat zorgvuldig gebeurt. Er zijn veel suggesties gedaan en praktische ideeën aangedragen. De werkgroep kan deze gebruiken bij de verdere concretisering van het beleid. Wij verwachten dat de erediensten de komende jaren steeds beter gaan aansluiten bij de veelkleurige gemeente die we zijn. Velen zullen zich daardoor aangesproken voelen, geraakt voelen en enthousiast raken. Soms ook zullen mensen wat teleurgesteld zijn of zich zelfs even ongemakkelijk voelen. Wij vinden het echter van belang met elkaar de stap te durven zetten. Laten we elkaar daarbij vasthouden en aanspreken.

Naar boven

8. Geraadpleegde bronnen

De werkgroep heeft voor de samenstelling van deze notitie geput uit de volgende notities, verslagen, handreikingen en andere bronnen:

- concept Notitie commissie Beleidsontwikkeling en Integratie Angerlo – Doesburg (februari 2011)
- Vertrekpuntennotitie beleid erediensten van Werkgroep Erediensten (oktober 2010)
- Notitie "Uitwerking profiel voor kerkdiensten Martinikerk" ((januari 2010) van R.G. Egberts en H. Pals
- Rapport adviescommissie visie en beleid "Geschreven in Zijn hand, gegrift in de wereld" juli 2009) van PKN
  Angerlo –Doesburg
- Notitie Beleid rond liturgie (september 2008) van H. Pals
- Actiepuntenlijst kerkenraad d.d. 25 juni 2007
- Rapport van de stuurgroep liturgie (juni 2007)
- Verslag van punten kerkenraadsvergadering februari 2007 en gemeenteavond mei 2007
- Notitie "De liturgische traditie in Doesburg" (juni 2006)
- Notitie "Analyse liturgie en eredienst" (juni 2006) van Stuurgroep Liturgie
- Kerkorde en ordinanties van de Protestantse Kerk in Nederland
- Generale Regeling voor de kerkmusici van de PKN
- Werkboek voor beleidsontwikkeling "Bronnen voor beleid" (2006) van PKN
- Brochure "Eredienst en Kerkmuziek in beleid, handleiding voor het ontwikkelen van een beleids-/werkplan
  eredienst en kerkmuziek" (2005) van Landelijk dienstencentrum PKN
- Brochure "Naar een passend huis" (2005) van Landelijk dienstencentrum PKN
Bijlage
Reacties vanuit de gemeente op de concept-notitie van 12 mei 2011


Gemeenteavond 23 mei 2011

Het is niet helemaal duidelijk of gekozen wordt voor veel kleurige vieringen en veelkleurigheid van vieringen.
Vraag is of het beleven de taak van het leren heeft overgenomen? Misschien het leren in het beleidsplan integreren.
Het is niet fijn dat er voor de dienst zoveel geroezemoesd wordt, waardoor de voorbereiding op de dienst minimaal is.
De werkgroep heeft een overzichtelijk en helder stuk geschreven.
Er zijn mensen die erg aan “hun” kerkgebouw gehecht zijn. Zorg als een van de twee kerken voor langere tijd gesloten zou worden. De zorg is dan tweeledig, ten eerste gaan er minder mensen naar de kerk (de loop gaat eruit) en ten tweede is dat ook slecht voor de muziekin-strumenten in de kerken.
Er zijn duidelijk twee stromen en/of culturen, pas op dat alles grijs wordt gemaakt.
Integratie is iets anders dan samengaan; er zijn duidelijk cultuurverschillen tussen de beide fusiegemeenten.
We zijn samen een gemeente en dat moeten we benadrukken. (applaus)
Diensten kunnen opgeluisterd worden met gitaarspel of zanggroepen, ook talenten uit onze gemeente kunnen daar een rol in spelen.
Direct na de preek ontstaat er geroezemoes in de gemeente en dat stoort. Graag stilte om het moment van bezinning te laten voortduren.
De diensten moeten je ook een goed gevoel geven; we moeten niet steeds alles mooier willen maken. Daardoor gaat de spontaniteit weg en heeft de dienst de neiging om meer op een concert te gaan lijken.
We hebben met elkaar goud in handen, we moeten niet denken in breuklijnen want dat gaat altijd ten koste van mensen.
Aandacht voor het vernieuwde Liedboek.
Blij dat er gesproken wordt van een Cantoraat, waaronder dan verschillende koren of koortjes kunnen vallen. Immers, in de Galluskerk zijn heel andere mogelijkheden dan in de Martinikerk. Dit schept ook kansen.
Naast muziek zou met het Avondmaal een boodschap, aansluitend bij het thema van de dienst, mee gegeven worden om de week mee in te gaan.

Schriftelijke reacties

- De 1e van de maand voor veelkleurige vieringen stuit op een aantal praktische problemen, omdat van de 7
  veelkleurige diensten die we al hebben, er een aantal op datum vaststaan.
- Er zijn nogal wat bijzondere diensten die "veelkleurig" genoemd worden. Dat kan nooit allemaal op de eerste 
  zondag van de maand!
- Het fenomeen "gastheer-gastvrouw" vind ik overbodig. De diakenen (2 stuks in Doesburg, in Angerlo de
  koster) staan bij de deur, delen de liturgieën uit en vertellen de kerkgangers of ze ja of nee een boekje nodig
  hebben. Een heel comité lijkt me niet nodig.
- Aansluiten op het dagelijks taalgebruik is voor een groot deel afhankelijk van de dienstdoende predikant en is,
  naar ik vrees, niet erg te sturen.
  Overigens denk ik dat we wat taalgebruik in de Martinikerk niets te klagen hebben.
- Graag het “stiltehoekboek” noemen.
- Bemoediging en Gebed van toenadering door de predikant.
- Na “We gaan staan” kan de predikant de gemeente verzoeken om een ogenblik STIL te zijn als voorbereiding
  op de dienst.
- Mededelingen door kerkgangers niet gaan doen. Wij stellen voor om het spontane karak-ter hier weg te halen,
  dit kan heel nare verrassingen opleveren. Tekst eerst ter inzage voor eventuele toestemming.
- Dat de mededelingen bij aanvang van de dienst worden gedaan vind ik prettig. Halverwege de dienst is nogal
  rommelig. Zijn er gemeenteleden die toch een mededeling willen doen, die kunnen dat dan voor de dienst aan
  de dienstdoende ouderling doorgeven. En er ligt natuurlijk het voorbedenboek.
- Niet nodig, dat de dienstdoende predikant een heel verhaal afsteekt tegen de kinderen; ze gaan tenslotte naar
  hun Eigen Viering. Als de kinderen terugkomen, kan de leiding met een paar kinderen “verslag” uitbrengen
  van hetgeen ze gedaan of gemaakt hebben.
- De kinderen zouden hoe dan ook terug moeten komen in de dienst om aan het einde de Zegen te ontvangen
  (dit geldt ook voor de kleintjes die in de oppas zitten).
- Een uitgebreide liturgie zou in de toekomst niet meer nodig zijn, als er gewerkt wordt met een beamer.
- Kan de katheder waar de lector achterstaat, goed zichtbaar zijn i.v.m. slechthorenden?
- Het is belangrijk, dat de onbekende liederen vaker worden geoefend. Dan kunnen we eens ECHT zingen!
- Inzingen zou standaard vanaf b.v. 9.50 uur kunnen gebeuren.
- Wij stellen voor om Evangelische liedbundel en liedbundel opwekking tussen haakjes te zetten. We maken
  daar nu vrijwel geen gebruik van.
- Oneens met het idee om iedere zondag koffie te schenken in de kerk. Het aantal weken dat er per jaar al koffie
  geschonken wordt is zoveel, dat de koffieploeg het absoluut niet nodig vindt om dat uit te breiden en dat dus 
  ook niet doen. Ook zal er overleg moeten zijn met de kosters in Doesburg en met de koffiedames in Angerlo.
  We gaan daar meer kerken, dus zal ook daar de koffieploeg uitgebreid moeten worden.
- Koffie en Thee “Fair Trade” met een boodschap.
- Het weg laten brengen van de bloemen door een vrijwillig gemeentelid is al eens een keer uitgeprobeerd. Het
  kwam toen steeds op dezelfde mensen neer en toen weer afgeschaft.
- Het zou goed zijn als er meer duidelijkheid komt aangaande de evenredige verdeling van diensten over
  Doesburg en Angerlo.
- Een opmerking over de koudste periode van het jaar toevoegen, ook dan zullen er een aantal gezamenlijke
  diensten gepland moeten worden. Ook is het niet goed om een kerk meerdere zondagen aansluitend dicht te
  doen.
- Ik stel voor om iets over een “carpool” mogelijkheid op te nemen.
- Denk bij het verdelen van de kerkdiensten, dat er een behoorlijk grote groep ouderen zijn in Doesburg die het
  niet prettig vinden om naar Angerlo te gaan, ook al omdat ze er zelf niet kunnen komen en dus opgehaald
  moeten worden.
- Praktische bezwaren tegen het vieren van het avondmaal in de Galluskerk: de ruimte is dan al snel te klein.
- Er zou een wisselende groep kunnen optreden, die dan gezamenlijk, onder de leiding van cantor en predikant
  als “preekteam” fungeert.
- Het takenpakket van de ouderling van dienst wordt te zwaar. Er komt nogal wat kijken bij een eredienst. Als
  de ouderling dat allemaal moet coördineren is dat vrij veel. Zeker bij veelkleurige diensten.
-­ 3-hoek predikant/cantor/ouderling; ouderling alleen coördinerend of ook voorbereidend.
  En bij voorbereidend; wat wordt hierbij bedoeld?
- De werkgroep neemt wel heel veel hooi op zijn vork. Het blijft nog onduidelijk wat de werkgroep allemaal tot
  zijn taken rekent en hoe dat is afgestemd met bijvoorbeeld het scribaat.
- Ligt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van alle plannen nu bij de predikant, de kerkmusicus, de
  ouderling of bij betrokken kerkleden? En wie zorgt ervoor dat er aan het beleidsplan gehouden wordt?
- Het stappenplan moet een goede inbedding binnen de kerkenraad krijgen; draagvlak verbreden. Vanuit de
  kerkenraad draagvlak creëren naar de gemeente toe.
- Welke regio wordt er aangehouden voor de zomerperiode?
- Ik mis het 'leren' in het beleid over liturgie.
- Waar komt Jezus in het beleidsplan voor?
- Is het te overwegen of het “Missionaire Gemeente” zijn moet worden genoemd?

Startzondag 11 september 2011

Stelling 1: De veelkleurige vieringen, die we al hebben, zijn een mooi voorbeeld van hoe we elkaar beter leren kennen.
-­ Jeugddiensten, niet alleen op zondagmiddag, maar gewoon op zondagochtend!
-­ Een goed evenwicht tussen jong en oud.
- Stel je eens voor aan een vreemde.
- Vaker een themadienst.
-­ Meer hoop en dankbaarheid voor het goede in ons leven.
-­ Vaker koffie na de dienst.
-­ Veelkleurig met andere culturen, bijv. een zwart gospelkoor uit de Bijlmer uitnodigen.

Stelling 2: Een dienst mag best wat meer verrassing in zich hebben.

- Eens een ander model voor liturgie gebruiken.
-­ Een preek niet langer dan 15 minuten.
-­ Laat jongeren eens de preek maken.
-­ Gebruik een quiz of talentenshow.
-­ Stille momenten in een viering.
-­ Meer stilte.
-­ Leren met stille momenten in vieringen om te gaan.
-­ Na afloop van de kinderviering een kort verslag van de leiding of de kinderen.
-­ Er moet een dansgroep komen om naar te kijken.

Stelling 3: Ik wens meer variatie in de keuze van kerkmuziek en de uitvoering.

- Voor de dienst en tijdens de collecte geen orgel, maar andere instrumenten.
-­ Andere instrumenten, bijv. piano, klarinet, etc.
-­ Iedereen die een instrument kan bespelen: SPEEL!
-­ Er moet een moderne band in de kerk komen!!!
-­ Tiener-/jongerenkoor met band!

-­ Meer Huub Oosterhuis, Iona e.a.
-­ Mogen gemeenteleden ook eens kiezen wat we zingen? Ja, natuurlijk mag dat!
-­ Meer opwekking, dan wordt de boel wat vrolijker.
-­ Meer opwekkingsliederen, voordelen: meer jeugd, leukere dienst, nadelen: geen.
-­ De muziek is nu een beetje saai en steeds hetzelfde; het mag vrolijker.

-­ Het orgel moet ondersteunend zijn.
-­ Het orgel mag wat vaker uit.
-­ Verschillende organisten uitnodigen, of een organist die begeleidt i.p.v. leidt.
-­ Het orgel is een goed instrument voor begeleiding van samenzang.
-­ Vóórzingen niet nodig.
-­ We zingen en bidden tot Zijn eer en dat mag meer!

Stelling 4: We zouden de kwaliteiten van onze kerken veel beter kunnen benutten om samen erediensten te beleven.

- Vespers en lijdensweekdiensten in Angerlo.
-­ Bij diensten in Angerlo haak ik helaas af.
-­ Is het belangrijk waar het is, als je maar naar de kerk komt.
-­ Waken voor een evenredige verdeling.
-­ In Angerlo andersoortige diensten houden.
-­ Op zondagochtend in Doesburg, alle andere data in Angerlo.

 

Naar boven