Historie van onze kerkgebouwen


 
De Grote of Martinikerk te Doesburg
 
In 2005 is er een boek uitgekomen met uitgebreide informatie over de Grote of Martinikerk, getiteld "De Martinikerk van Doesburg - Het hart van een Hanzestad" door de heer Jan van Raalten. Dit boek is te koop bij de VVV Doesburg, Boekenhuis Boek en Buro te Doesburg en in de kerk, tijdens de openingsuren van mei t/m september.

Hieronder vindt u een korte beschrijving over de geschiedenis van de Grote of Martinikerk.

De ong. 30 m brede en 75 m lange Grote of Martinikerk dateert in haar huidige vorm grotendeels uit de periode 1485-1530. Ze verrees op de plaats van een kleinere voorgangster van ca. 15 bij 40 m, gebouwd in 1235 en die in 1483 afbrandde. De vorm van deze in Romaanse stijl gebouwde kerk is in de huidige kerkvloer met een afwijkende steensoort aangegeven.
Daarna besloot men tot de bouw van een nieuwe en veel grotere kerk. Gezien het tijdperk van de gotiek, werd deze kerk in de architectuur van een laat-gotische basiliek gebouwd. Dit betekent dat de kerk uit drie delen bestaat. Het middenschip is hoger dan de twee zijbeuken en heeft ramen. Het bouwmateriaal was (grijze) tufsteen, een vulkanische steen uit de Eifel, en middeleeuwse baksteen.

Vele rampen hebben in de loop van de eeuwen kerk en toren getroffen, zoals in 1548 toen de bliksem insloeg. In 1672 schoten de Fransen de toren in brand en in 1717 sloeg de bliksem weer in. Nadat in 1787 Neerlands eerste bliksemafleider op de toren was geplaatst, heeft de rode haan kerk en toren verder met rust gelaten.
De laatste ramp voltrok zich op 15 april 1945 toen de terugtrekkende Duitsers de toren opbliezen. Het westelijke deel van de kerk werd geheel verwoest en de rest zwaar beschadigd. Van het zeventiende eeuwse kerkmeubilair ging veel verloren.
Na een jarenlange restauratie werd de kerk op 31 augustus 1972, in aanwezigheid van H.K.H. Prinses Beatrix, weer in gebruik genomen.

Ondanks de ramp is er nog veel waardevols te zien: de kansel, de avondmaalstafel, de pilaartoel en de kronen in het schip stammen uit de zeventiende eeuw. Resten van de dooptuin zijn gebruikt als koorhek en de resten van het kerkmeubilair doen nu dienst als lambrisering.
De muurschildering van de Heilige Agnes, in de zijbeuk, dateert vermoedelijk uit het einde van de vijftiende eeuw. Bijzonder zijn de pilaarschilderingen, daterend uit ong. 1600 en in 1985 gerestaureerd (gereconstrueerd of opnieuw aangebracht). Heel bijzonder is ook het houten gewelf.
 


Een verrassende bodemvondst in 2000.
Bij graafwerkzaamheden in de kelder van zijn huis in de Roggestraat 25 trof de bewoner drie grote marmerstukken aan. Hij ontdekte dat het ging om fragmenten van stenen beelden. Na expertise bleek dat de beelden behoorden tot een grote Annunciatiegroep van rond 1450. De halve tors is de engel Gabriël, de vrouwenfiguur Maria. Vermoedelijk waren het beelden uit de nabijgeleden Sint-Maartenskerk. De beelden zijn door de eigenaar, de heer Fortuin, in bruikleen afgestaan en opgenomen voor de vaste expositie in de kerk.

De orgels

In 1494 moet er al een orgel zijn geweest. In de eeuwen er na is het orgel meerdere malen vernieuwd (uitgebreid of herbouwd) o.m. in 1558, 1605 en 1698. Bij het opblazen van de toren op 15 april 1945 is het Van Gelder-orgel uit 1829 verloren gegaan. Tijdens de restauratie werd tussentijds een Flentrop-orgel gekocht, dat nu dienst doet als koororgel.
Het huidige grote orgel in de Grote of Martinikerk is een uit 1916 daterend Walcker-orgel. Oorspronkelijk was dit instrument gebouwd voor de Gereformeerde Nieuwe Zuiderkerk in Rotterdam. Het elektro-pneumatische orgel is met zijn 5415 pijpen één van de vijf grootste orgels van Nederland.
Er is nog een derde orgel, een zogeheten kabinetorgel. Het is een 200 jaar oud Freytag-kabinetorgel, dat in 2003 in bruikleen is verkregen. Dit orgel staat ook in het koor.

        
      Het Walcker-orgel                   Het Flentrop-orgel              Het Freytag-orgel
De toren

De toren is ca. 95 m hoog.
Gedurende de eeuwen zijn kerk en toren vele malen door blikseminslag, brand, instorting en oorlogsgeweld zwaar beschadigd geworden. Steeds weer werden ze "door de godvruchtige miltheit der burgeren" of "door eene lotterij" in oude luister hersteld. Ook na  de verwoestingen in 1945 hebben particulieren aan het herstel meebetaald.
De zwaarste ramp trof de kerk op 15 april 1945, toen de zich terugtrekkende Duitse bezetting de toren opbliezen, evenals de molen en de watertoren. De kerktoren viel op het schip van de kerk en het hele gebouw werd een ruïne.
Bij de restauratie is één van de gietijzeren ramen in het koor verwerkt in de herbouw. Dit als hommage aan de gieterij-industrie in Doesburg en langs de Oude IJssel. In geen enkele andere kerk in ons land komt een gietijzeren raam voor van zo'n grote afmeting.

Het carillon

De toren had al luidklokken uit 1549 en 1639, toen de Grote Kerk omstreeks 1655 een carillon kreeg. Het destijds door klokkengieter François Hemony in Zutphen gemaakte carillon bestond uit 20 klokken. De klokken hingen in een speciale uitbouw op de omloop van de toren aan de noord-oost zijde. In 1723 werd het klokkenspel met drie klokjes uitgebreid. In 1912 verhuisde het toenmalige carillon naar de huidige klokkenzolder. Tot 1945 heeft het oorspronkelijke carillon in de kerktoren gehangen.
 
Bij het opblazen van de toren op 15 april 1945 werden twee van de vier luidklokken vernield. Van de 23 klokken van het carillon bleven er 16 min of meer gespaard. Echter slechts acht van de Hemony-klokken bleken bruikbaar voor een nieuw carillon.

Voor de omvang van het nieuwe carillon werd gekozen voor vier octaven.
De 39 benodigde klokken werden gegoten door de firma Eijsbouts uit Asten. Het totale carillon bestaat nu uit 47 klokken.
De zwaarste vier klokken werden genoemd naar vier personen die zich na 1945 voor de vrede ingezet hadden:
 
KONINGIN WILHELMINA (gewicht 1768 kg), met het opschrift: "Gods adem is langer dan de onze".
PAUS JOHANNES XXIII (gewicht 1285 kg), met "Dat door herstel van de juiste sociale orde alle volkeren eindelijk voorspoed, vrede en vreugde mogen genieten".
PRES. JOHN F. KENNEDY (gewicht 904 kg), met " Tegenwoordig kan geen volk zijn toekomst alleen opbouwen".
ROBERT SCHUMAN, de Europaklok (gewicht 760 kg), met "Het nationale groeit naar het bovennationale".
 
In mei 2015 is een nieuwe lage es-klok toegevoegd, gegoten door de fa. Eijsbouts. Op 5 mei is deze klok, ook een vredesklok, ingeluid. Het heeft als randopschrift een citaat van NELSON MANDELA: "Its always seems impossible until it's done".

In de toren hangen behalve het carillon ook nog steeds twee grote luidklokken. De grootste daarvan is uit 1549. Die luidde altijd ’s middags om 12.00 uur. Door de val in 1945 werd de rand beschadigd. Sinds 1993 ligt die klok onder een glazen plaat van het Vredesmonument van Jan Wolkers op de Voormarkt. In de toren hangt nu een kopie, die ook om 12.00 uur luidt. De “papklok”die om 21.00 uur luidt is van 1639. Deze avondklok luidde vroeger wanneer de stadspoorten werden gesloten.

Op de trans staat een dakkapelletje. Daarin hangen drie klokjes uit het oude carillon. Zij geven de 'klik' aan, zeven minuten vóór het hele uur. Twee ervan zijn van Hemony uit 1654, de derde is van Jan Albert de Grave, uit 1723.
 
Meer informatie is te vinden op de website www.carillon-doesburg.nl.
 
 
De Galluskerk te Angerlo

Sint Gallus
Sint Gallus was de kerkpatroon van de kerk in Angerlo en het patronaatsrecht was in handen van de bisschop van Utrecht. Waarschijnlijk is de kerk gebouwd door een volgeling van Sint Gallus.

Samen met het kerkje van Oosterbeek is Angerlo het oudste kerkgebouw van ons land. Het stamt uit de vroeg-romaans periode van na 900 na Christus. Het aanvankelijke gebouw is een éénbeukige pre-Romaans schip, dat opgetrokken was met ijzeroerstenen.

In loop der tijden heeft de kerk de nodige veranderingen ondergaan. Zo werd in de twaalfde eeuw aan de noordkant een zijbeuk toegevoegd, die aan de oostzijde afgesloten werd door een overwelfde zijkapel. Deze fungeerde als benedendeel van een toren. In de loop der tijden is deze toren gesloopt. Aan de westkant van de kerk verrees een laat Romaanse toren. Het turfstenen koor aan de oostzijde van de kerk werd omstreeks 1400 in gotische stijl gebouwd en kreeg later in de tijd aan de noordzijde een laat gotische sacristie. De toren aan de westzijde moest in 1766 plaatsmaken voor een nieuwe toren in baksteen. Ook deze is verdwenen. Dat gebeurde toen de kerktoren door de Duitsers werd opgeblazen. De Duitsers hebben bij de koster de sleutel gevraagd en deze na de vernietiging van de toren weer terug gegeven, de sleutel hangt nog steeds in het toegang portaal van de kerk.

Na de oorlog werd er in 1947 een archeologisch onderzoek verricht naar de oorspronkelijke vorm van de kerk. In de westelijke deel van het schip stuitten de archeologen op vier grote zwerfkeien. In het oude koor aan de zuidzijde bevond zich een kinderschedel. De manier waarop die schedel was geplaatst, deed vermoeden dat het niet om enkele toevalligheden ging. Wellicht had het iets te maken met het gebruiken van de oude Germanen. Er werd ook een kandelaar gevonden deze staat nu in het koor.

Aan hand van de resultaten van het onderzoek is de kerk herbouwd met behulp van de oude turfstenen en de donkere ijzeroerstenen. De oude Romaanse schipmuren, die in de loop der eeuwen deels onder grond verdwenen waren, zijn er letterlijk uitgegraven en zodoende weer in hun oorspronkelijke hoogte teruggebracht. Ook de toren is (in baksteen) gereconstrueerd. Het schip en de zijbeuk kregen weer hun Romaanse dakhelling met kenmerkend halfronde Romaanse patertjes en nonnetjes pannen, terwijl de Gotische schipvenster plaats moest maken voor kleine Romaanse vensters.

Het ijzeren kruis, stond op de door oorlogsgeweld verwoeste toren en staat nu in het koor. Karakteristiek voor de pre-romaanse bouwstijl zijn de oorspronkelijke vierkante pilaren in de kerk, ze zijn uniek in ons land. De met snijwerk versierde eiken preekstoel dateert uit 1690. De grote kanselbijbel is een geschenk van ‘Leeuwarder mannen’, die in 1944 tijdens de oorlog door de bezetter in Angerlo te werk gesteld waren, als dank voor de genoten gastvrijheid.

  
 
              
 
Beeldje voor de Galluskerk te Angerlo:                      De kanselbijbel
'De dames van Angerlo/Beinum'
Beelhouwwerk van:
Pieter Snijders en Theo Renirie

 

Naar boven