Herinrichting classicale structuur

Algemeen
Een lokale PKN-gemeente zoals de onze is in belangrijke mate ‘eigen baas’. Natuurlijk zijn er collectieve afspraken die voor de samenhang tussen de bijna 1600 Protestantse kerken in Nederland zorgen, maar de kerkorganisatie is van onderen af opgebouwd (platte structuur) en op dat niveau ligt dan ook de grootste verantwoordelijkheid. Dit in tegenstelling tot de RK-kerk die van bovenaf is vormgegeven (piramidale structuur). De regels waar een PKN-gemeente mee te maken heeft staan in de kerkorde. De hoeder van de kerkorde en de initiator van het landelijk beleid is de Generale Synode (GS). Deze gezamenlijke kerkvergadering bestaat uit 75 vrijwillige bestuursleden die ambtsdrager (predikant, diaken of ouderling) in een lokale kerk zijn. Net als bij onze gemeente kent de synode een moderamen (dagelijks bestuur) waarvan de scriba, een predikant die voor vijf jaar in die functie is benoemd, de belangrijkste persoon is. Voor de goede orde: dat laatste geldt niet voor onze gemeente!
 
Classes
Alle gemeenten van de PKN ontmoeten elkaar in een classicale vergadering. Een classis kan worden gezien als een soort organisatorische tussenlaag tussen lokale gemeenten en de GS. Zij zorgt o.a. voor de afvaardiging uit de lokale gemeenten naar de synode en houdt toezicht op de lokale gemeenten. Dat heeft overigens niets met bemoeizucht of overheersing te maken maar alles met, wat je zou kunnen noemen, het samen volgen van het spoor van Christus. Bij het oplossen van conflicten die soms voorkomen speelt de classis een belangrijke rol. Op dit  moment kent de democratisch opgebouwde PKN 74 classes. De Protestantse Gemeente te Angerlo-Doesburg maakt deel uit van de classis Achterhoek West.
 
Herinrichting
In het kader van ‘Kerk 2025’ waarover al eerder is bericht (en in de Buurtbijeenkomsten uitgebreid van gedachten is en wordt gewisseld) beraden de drie bestuurslagen (kerkenraden, classes en synode) zich o.a. over de vraag welke aanpassingen wenselijk of wellicht noodzakelijk zijn om kerk te zijn in de huidige samenleving en die op een verantwoorde manier te kunnen vormgeven. Daarbij komt ook het aantal classes aan de orde. De GS heeft een voorstel bij de kerkenraden neergelegd waaruit blijkt dat de 74 classes worden samengevoegd tot 11 regionale classes. Veel grotere eenheden dus dan momenteel het geval is. Maar is dat wel zo nuttig? Zullen de lokale gemeenten die in een regionale classis zijn vertegenwoordigd elkaar beter kunnen aanspreken, raad geven, inspireren en bemoedigen dan in de huidige situatie het geval is, nog los van het feit dat een aantal gemeenten geen rechtstreekse vertegenwoordiging in de classis zal hebben? Of dat deskundigheid / talenten beter (effectiever) kunnen worden gedeeld?
 
Onze kerkenraad is van mening dat daar meer voor nodig is dan alleen schaalvergroting  en heeft daarover dan ook een brief aan de GS geschreven. De brief eindigt met het verzoek duidelijk te maken dat onze vrees onterecht is en de regionale classes wel degelijk effectiever en efficiënter gaan functioneren dan de classes in de huidige situatie; dat daarbij voldoende kwaliteit is gewaarborgd en geen afbreuk wordt gedaan aan de kracht van argumenten die door de lokale gemeenten worden ingebracht.
 
Wie een (bij voorkeur digitale) kopie van de brief wenst kan dat aan mij doorgeven via
monotype.01@hotmail.com.
 
Jaap Weststeijn, scriba.
Naar boven