Veilige gemeente

Inleiding

Ongewenste intimiteiten, misbruiksituaties, #metoo-affaires: ook de Protestantse Kerk heeft ermee van doen. Recent onderzoek wijst uit dat driekwart (73%) van de vrouwelijke respondenten uit christelijk Nederland in hun leven te maken heeft gehad met minimaal één vorm van geweld. Ook mannen (57%) kunnen het slachtoffer worden van allerlei vormen van lichamelijk, psychisch en seksueel geweld. Meestal lopen mensen niet te koop met hun ervaringen van onveiligheid of geschondenheid. In elke gemeente zijn slachtoffers van geweld, misbruik of onveilige machtssituaties, in hun thuissituatie of zelfs in de kerk. Wegkijken is ontoelaatbaar en staat haaks op ‘omzien naar elkaar’ resp. wat de Bijbel ons leert.

Algemeen

De eerste bouwsteen voor een veilige kerkelijke gemeente is bewustzijn dat er per definitie sprake is van ongelijke machtsverhoudingen, hoe integer met elkaar wordt omgegaan op basis van gelijkwaardigheid dan ook. Taakdragers in de kerk dienen zich hier bewust van te zijn en fijngevoelig te zijn in hun doen en laten. Ook mag van hen extra inzet verwacht worden om onderlinge veiligheid te bespreken en afspraken die voor een veilige omgeving bevorderlijk zijn, vast te leggen. Denk daarbij aan seksueel grensoverschrijdend gedrag, financiële malversatie, intimidatie en dreiging. Het is verstandig (en wordt door de landelijke PKN ook aanbevolen) om als gemeente regels / beleid te hebben omtrent de veilige omgang, m.n. een zgn. gedragscode.

Gedragscode
In een gedragscode staat wat de kerkenraad van de vrijwilligers en beroepskrachten verwacht, welk gedrag wel en welk gedrag niet geaccepteerd wordt. Het is een officieel document met de bedoeling dat het door vrijwilligers en beroepskrachten onderschreven wordt. Een gedragscode is als het ware een vaste set regels voor iemand met verantwoordelijkheid voor anderen, zoals een jeugdleider, (pastorale/diaconale) ambts- en taakdragers, ouderenbezoekers, vertrouwenspersonen e.d.

Aanstellingsbeleid
In het algemeen is een gemeente blij wanneer iemand zich voor het kerkenwerk wil inzetten. Maar dat neemt niet weg dat in dit verband zorgvuldige afwegingen worden gemaakt, zeker in het jeugdwerk. Een dergelijke selectie laat zien dat de gemeente het vrijwilligerswerk en het werken met minderjarigen en kwetsbare mensen in de gemeente serieus neemt. Het is aanbevelenswaardig in gevallen dat wordt omgegaan met personen die in een afhankelijkheidssituatie (incl. jongeren) en/of in een kwetsbare positie verkeren, alsmede wanneer met vertrouwelijke gegevens en/of financiën wordt gewerkt, een VOG te verlangen. In het algemeen zijn die voor kerkenwerkers gratis.

Vertrouwenspersonen

Achtergrond en context
Vertrouwenspersonen in de gemeente kunnen bij vermoedens van misbruik binnen de gemeente zelf iemand benaderen. En omgekeerd kunnen gemeenteleden bij hen terecht met hun vragen, vermoedens en meldingen. Vertrouwenspersonen zijn de personen die in de gemeente op beleids- en uitvoerend niveau aandacht vragen voor preventie van misbruik en alert zijn op de uitvoering van het beleid van de kerkenraad op dit terrein. Het is gewenst dat sprake is van twee vertrouwenspersonen, een man en een vrouw. Gemeenteleden hebben daardoor een keuze wie ze willen benaderen en de vertrouwenspersonen hebben daardoor iemand om mee te overleggen en samen te werken. De vertrouwenspersonen volgen een meldprotocol. Afhankelijk van de situatie kan de vertrouwenspersoon verwijzen, de melder bijstaan in gesprekken met anderen en bij aangiftes en klachtenprocedures. Zij doen geen werk waar anderen in gespecialiseerd zijn. Dat betekent dat zij niet aan waarheidsvinding doen, zij gaan niet zelf op onderzoek uit, zij zijn geen therapeut, mediator, pastoraal medewerker of advocaat, evenmin aanspreekpunt voor ‘gewone’ kerkelijke conflicten. Zij staan naast het gemeentelid dat zich bij hen meldt en ondersteunen die persoon. Ze zijn geen onderdeel van de kring van taakdragers en kerkbestuur en werken in opdracht van maar niet namens de kerkenraad (handelen dus onafhankelijk).

Taken
Vertrouwenspersonen:
-  geven voorlichting, stimuleren gesprekken over een veilige gemeente, zijn zichtbaar en alert op signalen van mogelijke misstanden;

- zijn eerste aanspreekpunt en steun voor mensen uit de gemeente die in vertrouwen iets kwijt willen over wat er in de gemeente gebeurt of waar ze zich zorgen over maken. Bij strafbare feiten brengen zij de politie op de hoogte wanneer melder daar niet toe in staat is of bij een levensbedreigende situatie. Denken mee met de melder over eventuele aangiftes of klachtenprocedures en begeleiden melder daarin. Op verzoek van en met instemming van de melder kunnen ze de melder vertegenwoordigen;

- informeren en adviseren melders en anderen over mogelijke (vervolg)trajecten. Zo nodig wijzen zij op pastorale, psychologische, maatschappelijke (Veilig Thuis, Slachtofferhulp, Bureau Jeugdzorg, plaatselijk maatschappelijk werk), kerkelijke (kerkelijk meldpunt SMPR – Meldpunt Seksueel Misbruik in de Kerk- ) of juridische hulp (bijv. advocaat via Langzs – Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zedenslachtoffers-);

-  besteden aandacht aan persoonlijke ontwikkeling (cursussen, intervisiebijeenkomsten, studiedagen) en het werken met signalenkaarten;

-  houden een persoonlijke registratie bij en rapporteren vanuit deze registratie jaarlijks aan de kerkenraad waarbij omstandigheden en personen onherkenbaar zijn. De rapportage is voorzien van een analyse en zo nodig beleidsaanbevelingen.

Persoonlijke kenmerken
Vertrouwenspersonen zijn integer, luisteren respectvol, zijn empathisch, betrouwbaar, onbevooroordeeld, open, neutraal en reflectief. Ze kunnen grenzen stellen aan wat een ander mag verwachten en verwachtingen managen. Daarnaast bezitten vertrouwenspersonen professionele gespreksvaardigheden, respecteren zij geheimhouding, zijn zij communicatief vaardig en in staat te bepalen wanneer de grenzen van de eigen taak bereikt zijn.

Overig

Diverse ondersteunende informatie, zoals signalenkaarten, meldprotocollen, gesprekshandleidingen, omgangregels, gedragscodes e.d. zijn op de website van de PKN te vinden onder het thema ‘Veiligheid’.

 

Bijlage: concept gedragscode voor kerkelijke vrijwilligers van de Protestantse Gemeente te Angerlo-Doesburg

Algemeen

Kerkelijke vrijwilligers zijn allen die door hun functie een bijzondere verantwoordelijkheid in de kerkelijke gemeente hebben en die daarin het vertrouwen van de gemeente genieten. Respect voor de ander, integriteit, betrouwbaarheid en zorgvuldigheid kenmerken deze stijl van omgaan met elkaar. Deze kernvoorwaarden vormen de onderliggende basis voor de concrete gedragsregels die in deze code worden genoemd.

Deze code wil een hulpmiddel zijn om ongewenst gedrag van kerkelijke vrijwilligers te voorkomen, te signaleren en bespreekbaar te maken. De kerkenraad heeft hiertoe twee Vertrouwenspersonen aangesteld. Zij werken samen met de Protestantse Gemeente Drempt – Oldenkeppel in die zin dat de vertrouwenspersonen elkaar ondersteunen en bij belet of ontstentenis vervangen.

De kerkenraad vindt afspraken over de manier van omgaan met elkaar belangrijk, omdat alle leden van onze gemeente zich veilig moeten kunnen voelen. Dit kan alleen als men elkaar in zijn/haar waarde laat en elkaar met respect behandelt. Dit betekent dat wij in onze kerkelijke gemeente alle vormen van ongelijkwaardige behandeling, zoals pesten, machtsmisbruik, financiële uitbuiting, discriminerende, racistische of (seksueel) intimiderende gedragingen of opmerkingen, of het hiertoe aanzetten, ontoelaatbaar vinden.

Gedragsregels

De na te leven gedragsregels luiden als volgt.
1. Ik accepteer en respecteer de ander zoals hij/zij is en discrimineer niet. Iedereen telt mee binnen de kerkelijke gemeente.
2. Ik houd rekening met de grenzen die de ander aangeeft.
3. Ik val de ander niet lastig.
4. Ik berokken de ander geen schade.
5. Ik maak op geen enkele wijze misbruik van mijn machtspositie.
6. Ik maak geen gemene grappen of opmerkingen over anderen.
7. Ik negeer de ander niet.
8. Ik doe niet mee aan pesten, uitlachen of roddelen.
9. Ik gebruik geen geweld, en ik bedreig de ander niet.
10. Ik kom niet ongewenst te dichtbij en raak de ander niet tegen zijn of haar wil aan.
11. Ik geef de ander geen seksueel getinte aandacht.
12. Ik stel geen ongepaste vragen en maak geen ongewenste opmerkingen over iemands persoonlijk leven of uiterlijk.
13. Ik doe geen mededelingen over zaken die mij vertrouwelijk ter kennis zijn gekomen aan derden. Ik moet de geheimhouding doorbreken als er gevaar of schade kan worden voorkomen, mits ik er alles aan heb gedaan om toestemming van de betrokkene te krijgen om de geheimhouding te doorbreken.
14. Ik maak bewust gebruik van internet, e-mail en andere communicatiemiddelen. In het gebruik hiervan zorg ik ervoor dat de privacy van anderen wordt gewaarborgd.

 


Vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van de PGAD op ……………………………………………


Voorzitter: E. Boesveld                                                       Scriba: J. Weststeijn


…………………………………                                                          …………………………………

Naar boven